DOELGROEP

zijn zij die als kind gedurende de Tweede Wereldoorlog in Nederlandsch-Indië

buiten de Japanse kampen

en/of in de Bersiap kampen verbleven.

Alsmede hun ouders, partners en nakomelingen.

Gebeurtenissen toen en daar

  • 200.000 Indische Nederlanders buiten de Japanse kampen
  • Vaders vaak wel in een kamp of gewoon verdwenen
  • Moeders zonder inkomen
  • Kinderen met een te grote verantwoordelijkheid
  • Vogelvrij en geïsoleerd
  • In de Bersiap werden 50.000 alsnog in Indonesische kampen opgesloten
  • Bevrijding daaruit soms pas in 1947
  • Politionele akties
  • Souvereiniteitsoverdracht
  • Een afwijzend Nederlands toelatingsbeleid
  • Repatriëring na een lange en moeizame procedure

Gebeurtenissen hier

  • Slechte opvang
  • Vaak werk op een te laag niveau
  • Terug betalen van reis-, kleding-, en meubelvoorschotten
  • Zwijgen, om het integreren niet te bemoeilijken
  • Een gevoel van achterstelling en isolatie
  • Soms ontkenning van de eigen identiteit
  • Beelden vergelijkbaar met bedreigende situaties uit het verleden roepen vaak oude angsten en gedragspatronen op
  • Met vaak als resultaat: emotioneel uit balans, en soms als gevolg lichamelijke en psychische klachten op latere leeftijd