8 juni 2004                 NIOD neemt Bersiap mee in studie naar rechtsherstel.     Herman Bussemaker
                                 Zie http://www.ggzbeleid.nl/pdfmacro/vragen_jaarverslag2003_0604.pdf   vraag 105

Op 8 juni jl. heeft de Staatssecretaris van VWS, mevr. C. Ross- van Dorp, een brief gericht aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, waarin zij ingaat op de vragen, gesteld op het Algemeen Overleg van 4 februari 2004. Deze uitvoerige brief besteedt aandacht aan vele onderwerpen, waaronder de Indische gemeenschap Zij refereert daarbij aan de gesprekken, die tussen de top van haar departement en de onderhandelingsdelegatie van het Indisch Platform hebben plaats gevonden op 16 april en op 6 mei 2004. Bij deze laatste bijeenkomst was ik ook aanwezig.

De uitkomst hiervan is, dat ook het NIOD gaande het onderzoek de conclusie heeft getrokken, dat (citaat):

"Voor een goed begrip van de problematiek van schadevergoeding en rechtsherstel is het dus noodzakelijk, dat de gehele periode van het conflict, van de Japanse capitulatie in augustus 1945 tot aan de soevereiniteitsoverdracht in december 1949, te beschrijven "

Dit was ook exact de reden, waarom de brief van Minister Borst van 12 december 2000 aangeeft, dat de studie naar schade en rechtsherstel inclusief de Bersiap moest geschieden.

 

De minister vervolgt:

"Op grond van de door het NIOD verstrekte informatie heb ik in overleg met het Indisch Platform besloten de onderzoeksperiode van de deelstudie `Schade en Rechtsherstel' te verlengen, zodat uitgebreider aandacht kan worden besteed aan de bersiap periode.

Conform de oorspronkelijke opdrachtverstrekking aan het NIOD zou de deelstudie in september 2004 afgerond moeten zijn. Het Indisch platform kan zich vinden in de noodzakelijke latere oplevering van de deelstudie in de zomer van 2005. Voor de duur van de verlenging en de hiermee gepaard gaande kosten, zal ik het NIOD een aanvullende onderzoeksopdracht verstrekken. "

Dit laatste is inmiddels geschied per brief aan de directeur van het NIOD, gedateerd 14 juni 2004.

Wij mogen constateren, dat de protesten van het Indisch Platform richting het NIOD, het Ministerie en de Tweede Kamer, tot deze positieve beslissing van de Staatssecretaris hebben geleid. Ook de acties van het KJBB-bestuur naar de Tweede Kamer en de aanbieding van de Petitie met 1308 handtekeningen van verontruste KJBB-leden op 25 juni 2003, nu bijna een jaar geleden, hebben hiertoe ongetwijfeld bijgedragen.

 Herman Bussemaker