5 augustus 2003          Reactie van Herman Bussemaker, lid Indisch Plarform, ex voorzitter van de KJBB op de column van Tessel Pollmann op de website van het NIOD    http://www.indie-indonesie.nl/content/nl/forum_column.asp   

In haar column gaat Tessel Pollmann uitgebreid in op de wrok, die Indo's zouden koesteren ten opzichte van Indonesie. Mij is van een dergelijke wrok binnen de Indische gemeenschap weinig gebleken, integendeel. In haar column gaat zij helaas niet in op de frustratie van velen uit die groep betreffende de politiek, welke opeenvolgende Nederlandse regeringen tegenover de Indische gemeenschap (totoks plus indo's!) de laatste zestig jaar heeft gevoerd.

Zij constateert terecht, dat de Nederlandse overheid de Indo-Europeanen in de kou liet staan. Maar helaas werkt zij dit niet verder uit in haar column, die daardoor heel eenzijdig wordt. Zij constateert slechts dat de Indo's "onverzoenlijk" tegenover de Nederlandse overheid staan.

Tessel Pollmann's uitwerking van de wrok welke Indo's zogenaamd tegen de Indonesiers zouden koesteren, overtuigt niet. Het geeft haar de gelegenheid, om haar bekende anti-koloniale stokpaardje te berijden, door de vooroorlogse Indo's voor te stellen als anti-Nationalistisch en dus als Koloniaal. Hun wrok en onverzoenlijkheid wordt vervolgens psychologisch door haar verklaard vanwege het verlies van hun bevoorrechte positie na de Indonesische onafhankelijkheid. Ook hun oppositie tegen het huidige Breed Historisch Onderzoek door het NIOD zou daarmee verklaard kunnen worden. 

Mevrouw Pollmann bewijst hiermee dat zij de Indische Gemeenschap fundamenteel niet begrijpt, ondanks de jarenlange studie die zij kennelijk van deze gemeenschap heeft gemaakt, maar dan wel gekleurd door haar vooroordelen. Dat blijkt al uit haar gebruik van begrippen als wrok en onverzoenlijkheid. Beter is het te spreken over de frustratie en woede van de Indo's over een Nederlandse gemeenschap, die niet in staat bleek te kunnen luisteren naar hun verhalen van oorlog en verlies, verdriet en verwerking. Een Nederlandse gemeenschap, die deze groep Nederlanders als tweede-rangs burgers behandelde, en veel liever had gezien dat zij in Indonesie waren gebleven. Een Nederlandse maatschappij, die haar eigen koloniale geschiedenis zestig jaar lang verzweeg, wat heeft geleid tot bijvoorbeeld de beschamende vertoning van een Telfort, die 15 augustus kiest als datum voor een vlaggetjes-actie. Kennelijk hebben directie en p.r.-adviseurs nooit gehoord of gelezen over de capitulatie van Japan. Een maatschappij, waarvan opeenvolgende regeringen bewust besloten hebben, om de Indische groep niet te laten delen in het Rechtsherstel, dat wel werd gegund aan de eigen Nederlandse bevolking onder de Duitse bezetter, en aan andere categorien vervolgingsslachtoffers in Europa.

Het Gebaar zou volgens Tessel Pollmann dienen ter verzoening van de Indische groep. Het Gebaar is echter niets anders dan wat het woord zegt: een gebaar van de Nederlandse overheid ter compensatie van de koude en kille ontvangst, welke de Indische groep bij aankomst ten deel viel.Het gebaar heeft dus nadrukkelijk niets met rechtsherstel te maken. Verzoening met de Indische gemeenschap kan er pas komen als de regering besluit tot echt rechtsherstel. De bezwaren uit deze groep tegen het Breed Historisch Onderzoek zijn nu juist, dat dit onderzoek hoe dan ook niet zal leiden tot dat beoogde rechtsherstel, omdat essentiele onderzoeksgebieden zoals de Bersiap ontbreken in het nu in gang gezette onderzoek. Daarmee discrimineert de overheid opnieuw de Indische groep ten opzichte van de Nederlanders die wel rechtsherstel hebben gekregen na afloop van de Duitse Bezetting, inclusief groepen Nederlandse vervolgingsslachtoffers van het Duitse bewind zoals de Nederlands-Joodse gemeenschap en de Nederlandse Roma/Sinti. In de ogen van de Nederlandse regering zijn Nederlanders van Indische komaf kennelijk "Children of a lesser God": immers slachtoffers van een Japanse bezetting en daaropvolgende Bersiap, en niet slachtoffers van de Duitse Bezetting. Deze houding roept woede en frustratie op, en belemmert een verdere integratie van de overigens snel kleiner wordende Indische groep overlevenden in de Nederlandse samenleving.

Kortom, Tessel Pollmann heeft de klok horen luiden, maar weet duidelijk niet waar de klepel hangt. Haar column komt daarom over als arrogant, belerend en "koloniaal" in de ogen van de groep, die zij in haar column aanspreekt. En dat is jammer, zowel voor haarzelf, als voor de Indische gemeenschap.

Herman Bussemaker