Maandag 9 december 2002

Onderstaand open brief werd gezonden aan het NIOD.
Als mail naar ANP, Landelijke dagbladen, etc.

 Ik zend u deze open brief namens H.Young
Voorzitter van de Werkgroep BKK (Buitenkampkinderen) van de
KJBB (Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941 - 1949)
Okke Norel (BKK)  info@buitenkampkinderen.nl  
Situatie buiten de Japanse kampen en in de Bersiap 1942 - 1949


Open brief: Geen NIOD onderzoek naar Bersiap schade- en rechtsherstel?

H. Young,
Voorzitter van de werkgroep BKK (Buitenkampkinderen)
van de KJBB (Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949)
Van ’t Santstraat 253,
6523 BE Nijmegen.

Aan: Prof. Dr. J.H.C. Blom
Directeur NIOD
Herengracht 380, 1016 CJ
Amsterdam
 

Nijmegen, 6-12-‘02

Zeer geachte Heer Blom,

Op 2 december 2002 woonde ik, als vertegenwoordigster van de werkgroep “Buitenkampkinderen” van de KJBB (Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949) de presentatie op het NIOD bij van het onderzoek “Van Indië tot Indonesië”.

Wat ik tevoren al had gehoord, werd toen bevestigd nl.:
De bersiapslachtoffers komen zo goed als niet voor in het onderzoek van Dr. P. Keppy betreffende schade en rechtsherstel. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op de destijds in de kampen geïnterneerde Nederlanders.
 

De grotere groep Nederlanders, van gemengd Nederlands/Aziatische afkomst, verbleef tijdens de Japanse bezetting merendeels buiten de kampen. Tijdens de bezetting zijn zij, over materiële schade gesproken, langzamerhand hun verhandelbare bezittingen kwijt geraakt om aan eten te komen. Hun onroerende goederen werden stelselmatig door Japanners in beslag genomen. Tijdens de Indonesische Vrijheidsstrijd (de Bersiap) raakte iedere Nederlander, ook degenen die vanuit de kampen  naar hun huizen teruggekeerd waren) letterlijk alles kwijt. Vooral de Indo-Europese Nederlanders, die in Nederland geen opvang hadden, noch van familie, noch van een bedrijf waar ze op konden terug vallen, werden hierdoor extra benadeeld.
Zij moesten niet alleen materieel hun leven weer “op poten zetten”. Ook in psychisch opzicht moesten zij hun zaken weer op orde krijgen, ondanks de desillusie door Nederland min of meer in de steek te zijn gelaten. De identiteitscrisis waar men in terecht gekomen was(waar hoor ik bij, wie is er eigenlijk de baas ) speelde daarin een belangrijke rol. Daarna, na een gedwongen repatriëring, eiste de aanpassing in een voor  hen vreemde omgeving de nodige tol, evenals bij degenen die, omdat men de Indonesische nationaliteit had aangenomen, moesten leven in een veranderd Indonesië.
Dit stuk van onze geschiedenis, hierboven voor een klein deel verwoord, zal dus niet onderzocht worden in het kader van schade- en rechtsherstel.

U verzekerde mij dat in de andere onderdelen van het onderzoek de geschiedenis  van de Nederlanders tijdens de Bersiap periode voldoende aan bod zal komen. Dat is misschien wel interessant, maar onderzoek naar de cultuur, of urbanisatie of de schade aan grote bedrijven (in andere deelonderzoeken) voldoen m.i., en daarin sta ik niet alleen, niet geheel aan de bedoelingen van de opdracht.. Overigens een opdracht die tot stand is gekomen tijdens langdurige en pijnlijke onderhandelingen tussen het Indisch Platform en de Regering.

Daarbij stond duidelijk schadeherstel voorop.
Maar, het koloniale verleden, waarin de Indische groepering belangrijk werk deed  om het Nederlandse Volk tot welstand te brengen, schijnt weer te zijn teruggekeerd!

Opnieuw blijkt, door Uw aanpak, de geschiedenis van onze groepering niet belangrijk genoeg te zijn om de door hun geleden schade, met als mogelijk gevolg rechtsherstel, naar behoren te onderzoeken. Zo zal men bij het naslaan van het toekomstige boek van Dr. Keppy een vertekend beeld krijgen van de geschiedenis van het totale Nederlandse volksdeel dat destijds  in de tweede wereldoorlog en tijdens de nasleep daarvan in Nederlands Indië woonde.

Ik verzoek U dringend om de onderzoeksopzet van Dr. Keppy zodanig aan te passen dat de geschiedenis van de Indische Nederlanders recht wordt gedaan.
Hierbij zend ik U een lijst met handtekeningen, spontaan geplaatst tijdens onze afgelopen bijeenkomst van 23 nov. l.l.  Hieruit zult U mogen afleiden dat er nog vele zullen volgen, indien blijkt dat men weer op een zijspoor wordt gerangeerd.
Ook al was U tijdens ons gesprek van mening dat U met een eventueel uitgebreid budget voor andere interessante onderwerpen zou kunnen kiezen, toch ben ik van mening dat het onderzoek naar de schade, geleden door de Nederlandse bevolking die buiten de kampen verbleef en vervolgens slachtoffer werd van het geweld  tijdens de Indonesische vrijheidsstrijd (zeker tot aan de souvereiniteitsoverdracht in december 1949), als een reëel, onlosmakelijk  onderdeel in het onderzoek van Dr. Keppy thuis hoort.

In afwachting van toekomstige ontwikkelingen,
Hoogachtend,

H. Young,
Voorzitter van de werkgroep BKK (Buitenkampkinderen) van de KJBB

cc. Mr. A.R.A. van den Ham, Ministerie VWS,
     Dr. H.Th. Bussemaker, voorzitter KJBB,
     ANP.

Bijlage: Lijst met handtekeningen