Reactie Prof. Blom, directeur NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie)

op open brief:
Geen NIOD onderzoek naar buitenkamp en Bersiap schade- en rechtsherstel?

van H. Young, voorzitter werkgroep BKK (Buitenkampkinderen)
van de KJBB (Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1941-1949)

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

Mevr. Young
etc.

Amsterdam, 23 december 2002
Onze referentie: 20023031\sec_EB\sec_CR
Geachte mevrouw Young,
Dank voor uw brief van 10 december 2002. Graag ga ik in op uw vragen, hopend daarmee de onduidelijkheden uit de weg te ruimen.
Zoals bekend is de door het Indisch Platform opgestelde notitie "Aspecten van Rechtsherstel"door het NIOD mede gebruikt als basis voor het opstellen van het oude onderzoeksprogramma. De onderzoeksopdracht zelf is, na uitvoerige consultaties, door het Ministerie van VWS aan het NIOD verstrekt op basis van een door het NIOD zelf gedaan voorstel. Het NIOD zal dit onderzoek in volledige wetenschappelijke onafhankelijkheid uitvoeren.
In het onderzoek naar het vraagstuk van Schade en Rechtsherstel zal, op basis van de huidige beschikbare gegevens, een algemeen beeld worden geschetst van de financiële problematiek, een indicatie worden gegeven van de aard en omvang van de oorlogsschade, en het overheidsbeleid ten aanzien van schade en rechtsherstel worden geanalyseerd.
Wat de bersiapperiode betreft zal worden nagegaan hoe de Nederlandse overheid in het algemeen met schadeclaims is omgegaan. Het uitdrukkelijk verzoek van het Indisch Platform om de resultaten van de deelstudie naar Schade en Rechtsherstel binnen twee jaar in een onderzoeksrapport te presenteren, heeft de noodzaak van bepaalde scherpe keuzen nog versterkt.
Dit betekent dat het qua tijd niet mogelijk is onderzoek te doen naar andere bronnen, noodzakelijk om de schade ontstaan tijdens de bersiapperiode in kaart te brengen. Een inventarisatie van bronnen in binnen - en buitenland, zoals deze is verricht in de Haalbaarheidsonderzoeken Indische Tegoeden, is nl. niet eerder verricht voor de periode van de Indonesische revolutie.
Op basis van de resultaten van de Haalbaarheidsonderzoeken (2000;2002) bestaat wel de indruk dat de bronnen voor deze periode zeer gefragmenteerd en onvolledig zullen zijn, zodanig dat de omvang van de schade ontstaan tijdens de Indonesische revolutie zelfs bij benadering niet zal zijn te becijferen. De verwachting is dan ook dat een bronneninventarisatie geen materiaal zal opleveren dat nieuwe inzichten zal verschaffen in het rechtsherstel- en het schadevergoedingsvraagstuk voor wat betreft oorlogsgetroffenen met de Nederlandse nationaliteit uit het voormalige Nedelands-Indië
In andere deelonderzoeken, zoals het onderzoek naar Nieuwe Ordes: Misdaad en Gezag, zal ruim aandacht aan de Bersiapperiode worden besteed, nl. via de aspecten van geweldpleging en criminaliteit.

Dat er onderdelen ontbreken in het programma, is onvermijdelijk. Een beperkt aantal onderzoekers kan nu eenmaal niet alles in detail onderzoeken. De geschiedschrijving kan wel een bedding geven waarin de individuele ervaring een plaats kan vinden. Als we over vier jaar terug kijken, zal blijken dat heel veel geschiedenissen boven tafel zijn gehaald waar wij tot op heden niets van wisten. En we zullen hopelijk beter begrijpen waarom de geschiedenis zo gelopen is.

We  beseffen dat de verwachtingen van het onderzoek hoog zijn. In tegenstelling tot de geluiden die uit een andere hoek hebben geklonken, is het programma niet ingericht om de individuele schadeclaims van Indische groeperingen in Nederland te ondersteunen.,Dat onderwerp ligt niet op het vlak van een wetenschappelijk historisch onderzoeksinstituut en lag ook niet besloten in de opdracht van het ministerie. Evenmin biedt het de geschiedenis van de indische nederlanders, want die wordt elders al geschreven. Het unieke is juist dat de Indische Nederlanders en de andere belangrijke bevolkingsgroepen nu eens met elkaar in èèn verband worden gebracht. Ze maakten toch deel uit van èèn gebied, van èèn samenleving? Dat beeld wil het onderzoeksprogramma vasthouden en exploreren, inclusief de Indische Nederlanders, Chinezen en Indonesiërs.

Tot slot wil ik u er nog op wijzen dat in een ander verband op het NIOD nader aandacht zal worden besteed aan de bersiap-tijd nl. tijdens een conferentie die in juni 2003 in Nederland zal worden gehouden.
Met vriendelijke groet,                           voor gelijkhoudend afschrift,
wg. J.C.H. Blom,                                  Nijmegen, 28-12-2002,
Directeur.                                            H. Young.