De POPDA

December 1945 ontstond de POPDA (Panitia Oeroesan Pengangkoetan Djepang dan APWI = Organisatie voor het transport van Japanners en APWI's (Allied Prisoners of War and Internees))

 

         
De Britten zaten klem  want ze hadden alleen de opdracht om de APWI (Allied Prisoners of War and Internees, dat zijn de mensen uit de Japanse kampen) te bevrijden. Die zaten meest aan de noordkant van Java. Daar waar de Britten hun bruggenhoofden hadden.

Het Brits-Indische leger had niet de opdracht gehad de mensen die bescherming bij hen zochten, door hen IFTU, Inhabitants Friendly To Us, genoemd, te beschermen of te bevrijden. Bovendien had het Brits-Indische leger er geen personeel en materieel genoeg voor. 

Ze moesten bovendien nog voor de afvoer van de Japanners zorgen. En die zaten op Java allemaal in het binnenland. Buiten het bereik van de Britten. Net zoals 4400 APWI's die in de eerste weken na de Japanse capitulatie gebolosd waren, gespijbeld hadden, uit de Japanse kampen om hun woningen, familie op te zoeken. De Nederlandse troepen waren nog niet op sterkte om een geslaagde poging te wagen genoemde Europeanen te bevrijden.

 Alleen onderhandelingen konden er toe leiden om de gevangen burgers uit handen van de Indonesiërs te krijgen. De Engelsen wendden zich tot de TKR om de afvoer van de Japanners en de evacuatie van de Nederlanders in de Indonesische kampen te realiseren. De Britten maakten een deal met de Indonesiërs. "Jullie zorgen voor de afvoer van de Japanners en geef ons die 4400 APWI's."

  De Indonesische politieke en militaire leiding greep de kans om de wereld te laten zien dat zij niet uit ongeorganiseerde extremisten bestond. Oktober 1945 ontstond de TKR, Tentara Keamanan Rakjat, het Indonesische Veiligheidsleger.

December 1945 ontstond de POPDA, Panitia Oeroesan Pengangkoetan Djepang dan APWI d.i. Organisatie voor het transport van Japanners en APWI's. 

De POPDA ressorteerde onder de TKR. In Solo werd het hoofdkwartier gevestigd (POPDA I). In Malang kwam POPDA II. Zij hield zich van 14 december 1945 tot 30 mei 1947 bezig met de evacuatie van geïnterneerden.

De POPDA stond onder leiding van Generaal-majoor Soedibjo (KMA-Breda promotie 1930), hij werd opgevolgd door Generaal-majoor Abdoel Kadir, een Peta-officier. Om de evacuatie goed te laten verlopen werden de transporten soms door hoge Indonesische officieren begeleid. 

Generaal-majoor Oerip Soemohardjo, chef-staf van de TKR, begeleidde de eerste trein op 20 januari 1946 van Malang naar Batavia. Twee keer moest hij tijdens de treinreis ingrijpen om te voorkomen dat een menigte Indonesiërs met bamboe roentjing de trein bestormde. 

Generaal-majoor Kartasasmita begeleidde het transport van Cheribon naar Batavia op 25 april 1946. Op sommige plekken werd de evacuatie uitgevoerd door Japanners. Er word ook een ruil genoemd die plaats vond tussen KNIL-gezinnen, waarvan de mannen in Batavia zaten, tegen TNI-militairen

  Geschat wordt dat er 50.000 à 60.000 mensen van buiten de Japanse kampen, voornamelijk Indische-Nederlanders, door de Indonesiërs geïnterneerd werden. 

Waarvan 4.400 reeds in de Japanse internerings kampen hadden gezeten. 

Totaal werden er ± 45.000 mensen geëvacueerd. Ca. 14.000 personen per trein uit alle delen van Java naar Batavia (station Manggarai). Per vliegtuig werden er uit Soerakarta volgens een POPDA opgave ca. 14.000, volgens van Bruggen ca. 19.000 personen geëvacueerd. Van vliegveld Panasan naar Batavia, vliegveld Kemajoran. 

Na 30 mei 1946 werd geschat dat er nog 10.000 Oost-Indonesiërs (Menadonezen, Ambonezen en Timorezen) uit republikeins gebied naar Soerabaja en Batavia overgebracht zouden worden. In februari 1947 wilden nog 3000 Warga Negara’s (oorspronkelijk gekozen voor het Indonesiërschap) geëvacueerd worden. 

Pas op 29 Mei 1947 beschouwde POPDA zijn taak t.o.v. de APWI als beëindigd. Ondanks dit alles bleven er toch nog Europeanen in Indonesische kampen. Tijdens de politionele acties werden er nog steeds Europeanen bevrijd.

Ca. 10.000 Japanners werden via de kustplaatsen Tegal (POPDA III) en Probolingo (POPDA IV) afgevoerd naar het eiland Galang in de Riouw-archipel. De evacuatie van de Japanse troepen van Java was al op 18 Juni 1946 beëindigd.

De meeste mensen werden van kamp naar kamp gevoerd. Er waren veel verplaatsingen. Kotok, Malang en Soerakarta waren de grote verzamelplaatsen van waar men later per trein of vliegtuig naar Batavia werd vervoerd. Vandaar per boot via Bangkok, Singapore of Candy op Ceylon naar Nederland.

Inmiddels zijn er meer dan 550 extremistenkampen gelokaliseerd, enkele op Madoera en Celebes, de rest op Java. Die hebben niet allemaal tegelijkertijd bestaan. Het waren vaak doorgangskampen. Soms een nacht, soms een dag, tot een week, tot een maand om daarna doorgevoerd te worden.

Naar ONZE GESCHIEDENIS


Literatuur geraadpleegd voor de Historische Omgeving

  • Een demografische reconstructie tenbehoeve van Het Gebaar  http://www.nidi.nl/public/demos/dm02011.html
  • Bruggen, M.P. van. - De geïnterneerde Europese- en Indo-Europese burgers in de residentie Surakarta tussen Republiek en Batavia, 15 augustus 1945 – 21 juli 1947. Vergeten door de politiek? Doctoraal scriptie geschiedenis / door M.P. van Bruggen. – Universiteit Utrecht, 1994
  • Brugmans, Prof.Dr.I.J.-  Nederlandsch-Indië onder de Japanse bezetting. [uitgave van de] Stichting Indië in de Tweede Wereldoorlog ; Franeker : Wever, 1982
  • Delden-Verhoeven, Mary C. van. - Operatie POPDA. Artikel in het Vierde Jaarboek van het Rijks Instituut Oorlogs Documentatie, : Operatie POPDA / door Mary C. van Delden-Verhoeven [red. N.D.J. Barnauw] - Zutphen : Walburg Pers, 1993
  • Mevr Groen, P.M.H. - Patience and Bluff : de bevrijding van de burgergeïnterneerden op Midden-Java augustus tot december 1945 Hoofdstuk - uit Mededelingen van de Sectie Militaire Geschiedenis Landmachtstaf, Den Haag 1985.
  • Touwen-Bouwsma, Elly.-  De Japanse bezettingspolitiek ten aanzien van de Indo-Europeanen. Lezing in: Kawatberichten, [uitgave van de] Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en de Bersiap 1942-1949, Amsterdam, Juni 1994